Wie ben ik?

Heling – een persoonlijk verhaal.

Vijvendertig jaar geleden werd ik geboren in Friesland. Als dochter van een Noord-Hollandse moeder en een Friese vader. Rond mijn derde jaar verhuisden mijn moeder, zus en ik naar een klein dorpje in Friesland. Mijn hele jeugd voelde het alsof ik ‘er niet bij hoorde’. Ik kon het fries wel verstaan, maar spreken deed ik het liever niet. Ik sprak Nederlands, maar altijd met een Fries accent.

Het gevoel tussen twee werelden in te staan leerde ik veel later pas, tijdens mijn eerste baan toen ik een jaar of twintig was en in Rotterdam woonde. Wat verwoorde mijn Turkse collega dit helder, het leek alsof ze mijn verhaal vertelde. Maar, dacht ik: ‘bij mij is het niet zo erg! Haar familie woont in Turkije, en die van mij in Friesland’. Het kleiner maken van mijn eigen probleem lukte mij erg goed, een overlevingsmechanisme zo leerde ik later pas.

De Friese taal, en mijn Friese accent heb ik heel lang diep weggestopt. Tot ik de documentaire ‘meer dan Babi Pangang’ van Julie Ng keek. Net als vijftien jaar geleden bij mijn Turkse collega voelde ik weer die herkenning. Ik heb een zware, dikke deken gelegd over mijn Friese jeugd en mijn Friese opvoeding. Het gevoel er niet bij te horen heb ik diep weggestopt en durfde ik lange tijd niet aan te kijken. Nu pas realiseerde ik me dat dit een onderdeel is van hoe trauma verankerd is in mijn zijn. En misschien ook wel, waarom dit onderwerp ’trauma’ mij zo bezighoudt en intrigeert. Een begrip dat hand in gaat met trauma is heling. En onderdeel daarvan is het veranderen van het overlevingsmechanisme. Het diepgewortelde patroon dat ontwikkeld is om een uitdagende periode aan te kunnen. Hiervoor in de plaats mag een patroon ontwikkeld worden dat wel past bij de huidige situatie. Want vluchten hoeft niet meer als er geen dreiging meer aanwezig is (Stanley Rosenberg schrijft hier prachtig over in Nervus vagus als bron van herstel, maar ook Bessel van der Kolk in ’the body keeps te score).

Een eerste stap in het proces van heling is het omarmen van mijn Friese roots. Geweldig om te zien hoe Julie onderzoek doet naar de eerste Chinezen in Rotterdam, haar eigen roots en die van haar vader in Hongkong. Ik ben maar begonnen met het omarmen van mijn jeugd door thuis de Friese taal weer te gaan spreken. En daar maken mijn dochters en ik dankbaar gebruik van. Zeer regelmatig hoor ik: ‘mem, ik hald fan dei’. Hierdoor kan ik niet alleen een arm om mijn kleine meisjes slaan, maar ook om de kleine Diede die ik zelf ooit was.